ZANDWALLENLOGO.JPG
Lees meer

Soorten zandwallen in juridische zin

Rond Ouddorp zijn er 7 verschillende bestemmingsplannen die een wat groter gebied beslaan en nog een aantal die over een kleiner perceel gaan. De regels voor de zandwallen zijn steeds ongeveer gelijk: u moet een omgevingsvergunning aanvragen als u iets met de zandwal wil doen. En die krijgt u alleen als ‘de natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast’.

 

Bestemmingsplantechnisch bestaan er twee soorten zandwallen:

  1. de historische schurveling uit de periode 1500 tot 1850, in de bestemmingsplannen aangeduid als Natuur – Schurvelingen. In veel gevallen is ook de (voormalige) sloot direct naast de schurveling of zandwal onderdeel van de bestemming natuur en beschermd met dezelfde regels.

  2. de zandwal uit de 19e en 20e eeuw, aangeduid als Natuur – Zandwal

De regels voor beide types zijn op hoofdlijnen gelijk, alleen zijn de schurvelingen nog iets strenger beschermd, omdat ze ouder zijn en er minder van zijn.

 

De twee soorten beschermde zandwallen kunnen ook vlak bij elkaar liggen, zie bijgaand voorbeeld. De indeling in zandwal of schurveling is gemaakt door een commissie die indertijd, toen de bestemmingsplannen werden opgesteld, per zandwal de historie heeft uitgezocht. De belangrijkste karaktereigenschappen van schurvelingen zijn: de lagere hoogte, de vaak aanwezige greppels en vaak de ligging, namelijk om de oude kavelgrenzen van de haaymeten. 

Veel zandwallen of schurvelingen liggen op perceelgrenzen: u bent dan eigenaar van een halve zandwal of schurveling en uw buurman de eigenaar van de andere helft.

 

Naast de zandwallen die genoemd zijn in de bestemmingsplannen zijn er nog zandwallen van recente datum. Die staan meestal niet in de bestemmingsplannen. Voor deze zandwallen geldt de aanbeveling om ze op dezelfde manier te behandelen als de beschermde zandwallen. Daarmee wordt de waarde van deze nieuwe zandwallen groter en dragen ze bij aan het totale beeld van het zandwallengebied van Ouddorp. Juridisch zijn ze echter niet beschermd. 

De grens van de zandwal

Waar de zandwal precies ligt kunt u natuurlijk zelf buiten zien, maar de grens zoals die is opgenomen in het bestemmingsplan is leidend. Het kan dus zijn dat uw zandwal groter of kleiner is dan de grens die in het bestemmingsplan wordt genoemd. Zijn er onduidelijkheden dan kunt u een kadastrale meting laten uitvoeren.

 

De regels

Omdat zandwallen en schurvelingen zo oud zijn worden ze goed beschermd in het bestemmingsplan. In principe mag u alleen normaal onderhoud plegen. U mag hem in ieder geval niet afgraven of ophogen. Ook een doorgang maken of op een andere manier graven is niet toegestaan. U kunt hiervoor een flinke boete krijgen. Zelfs het verwijderen van bomen, het aanleggen van drainage of het leggen van kabels is niet zomaar toegestaan.

 

Wilt u één van deze activiteiten toch uitvoeren dan moet u een omgevingsvergunning aanvragen bij de gemeente. De omgevingsvergunning wordt alleen toegekend als de natuur- en landschapswaarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.

 

Het is niet verboden om andere dan gebiedseigen planten op de schurveling of zandwal aan te brengen maar daarmee wordt het historische karakter direct te niet gedaan. Bovendien zijn er veel soorten insecten en planten die alleen op de zandwallen en schurvelingen voorkomen. Deze zullen verdwijnen als u andere planten aanplant. Hetzelfde geldt als u de zandwal te rijk maakt doordat u het maaisel laat liggen of nog erger, kunstmest of compost toevoegt.

Bouwvlak naast een zandwal

De regels voor de minimumafstand tussen een gebouw en een zandwal zijn

Voorbeeld: Bestemmingsplan Landelijk gebied, toelichting paragraaf 4.4 Cultuurhistorie en archeologie:

Voor authentieke schurvelingen geldt een minimum bouwafstand van 5 meter, voor de zandwallen 3 meter.

Historische schurvelingen zijn daarmee stringenter beschermd dan zandwallen.

best ingewikkeld omdat er veel verschillende situaties zijn. Als u een afstand van 3 meter aanhoudt tussen het gebouw en de voet van de zandwal zit u meestal wel goed. Binnen het bestemmingsplan Landelijk gebied geldt een minimum afstand van 5 meter voor schurvelingen.

Ook voor andere bouwsels zoals paardenbakken, mestsilo’s of tuinobjecten zoals pergola’s, schommels, trapjes geldt in principe 3 meter.

 

Belangrijk is nog dat de grens van de zandwal of schurveling die u buiten ziet niet de grens hoeft te zijn in het bestemmingsplan. Vaak is de zandwal op de kaart groter omdat bijvoorbeeld ook de (voormalige) sloot langs de zandwal beschermd is. De kadastrale maten in het bestemmingsplan zijn geldig.

 

Een discussiepunt is nog de afstand van zogenaamde “niet vergunningplichtige bouwwerken” tot de zandwallen. Dit gaat vooral om bouwwerken op het achterterrein. Als er geen vergunning nodig is dan is misschien de afstand ook niet te handhaven? Zie ook het stuk van Krijn Grinwis hierover.

Agrarisch gebied naast de zandwal

De regels voor de percelen die grenzen aan een zandwal of schurveling.

Wilt u op een agrarisch dat grenst aan een zandwal of schurveling een paardenbak, een schuur of een mestopslag bouwen dan gelden er eisen. U moet dan een omgevingsvergunning aanvragen waarin u ook aantoont dat u met deze paardenbak, schuur of mestopslag geen afbreuk doet aan het natuurlijke karakter van de zandwal of schurveling.