top of page

Telverslag vlinderwerkgroep 2022.

Afgelopen jaar werd allereerst gekenmerkt door een einde aan de COVID-19 restricties zoals we die in 2020 en 2021 hadden. De natuur ingaan is een mooi iets, maar het sociale aspect telt ook mee! Zo konden we op 24 maart 2022 weer als werkgroep bijeenkomen in Sommelsdijk. Ook de Landelijke vlinderdag in Wageningen van zaterdag 5 maart en de landelijke tellersdag in Culemborg van woensdag 19 october 2022 kon door een paar van onze leden bezocht worden.

Wat de natuur betreft, de winter van 2021/2022 mocht de naam “winter” eigenlijk niet dragen, met als gevolg dat al vroeg in het jaar soorten als citroentje, dagpauwoog, atalanta en kleine vos waargenomen werden. De voorjaars-generatie tellingen gaven dan ook een vrij rooskleurig beeld te zien. Dat veranderde al snel toen het voorjaar overging in een hete en vooral droge zomer. De zomer was recordzonnig, en niet eerder deze eeuw was het zo droog als 2022.

Nectarplanten en voedselplanten voor de rupsen leden duidelijk onder deze droogte en de zomerpiek was dan ook de laagste in de 5 jaar van onze tellingen. En in de nazomer verdwenen een aantal normaal gesproken algemene soorten vrijwel uit het beeld. Het schijnt dat een aantal soorten die als vlinder overwinteren al vroeg een overwinterings plekje hebben gezocht, wat mogelijk een goede strategie lijkt maar hoe dat echt uitpakt zullen onze tellingen van dit voorjaar uit moeten wijzen.

Elk jaar is dus anders en ook de soorten die we tellen zijn aan veranderingen onderhevig. Soorten als de argusvlinder en het koevinkje bijvoorbeeld zijn afgelopen jaar niet geteld, daar staat tegenover dat het scheefbloemwitje een nieuweling is op onze lijsten. De laatste soort is ongetwijfeld algemener dan uit onze cijfers blijkt en zodra we de toch wel lastige determinatie beter onder de knie hebben, mogen we verwachten dat we deze soort vaker kunnen melden.

Een soort die het ook goed heeft gedaan en ogenschijnlijk redelijk bestand was tegen de droogte is het bont zandoogje. Deze “bos”vlinder kan nu overal verwacht worden zolang er maar wat bomen staan. Zoals te zien is op de onderstaande kaartjes komt het bont zandoogje de laatste tijd behoorlijk verspreid over Nederland voor (Figuur 1).


Figuur 1. Uitbreiding van het areaal bij het Bont Zandoogje

Deze vlinder komt zowel in het bos als ook in het veld voor. Het blijkt hier te gaan om twee verschillende typen. Het veldtype is ondernemender en oriënteert zich ook anders. Ze zijn erg territoriaal en tijdens het tellen zie je vaak twee mannetjes om elkaar heen draaien. (Bron: De Vlinderstichting (NDFF))

Koninginnepages deden het in 2022 ook goed maar werden evenwel niet op onze routes geteld.

Van de dagvliegende nachtvlinders werd de kolibrievlinder in grotere aantallen waargenomen dan ooit tevoren, maar evenwel slechts zelden op onze routes.

Het blijft uitzien naar soorten die weliswaar niet algemeen zijn maar landelijk toch min of meer in de lift zitten. Dit zijn naast de koninginnepage en het scheefbloemwitje bijvoorbeeld de rouwmantel, grote vos, keizersmantel en het kaasjeskruiddikkopje. De laatste is inmiddels vrij algemeen in Zeeuws Vlaanderen en is in 2022 voor het eerst sinds bijna een eeuw weer op Schouwen Duiveland waargenomen.

Een soort die we waarschijnlijk over het hoofd zien is de eikenpage. Deze kleine vlinder uit de “blauwtjes” familie verblijft meestal hoog in de bomen en komt zelden op bloemen af. Toch kunnen ze soms gezien worden op plaatsen waar veel “zoetigheid” van bladluizen op bladeren ligt.


Figuur 2. Scheefbloemwitje. Foto Jan Meerman


Figuur 3. Eikenpage. Foto Jan Meerman


De Telroutes


De routes zijn ongeveer om de 10 dagen gelopen waarbij alle dagvlinders geteld zijn. Op een zestal routes zijn ook de dagactieve nachtvlinders en op 2 routes de hommels geteld. Dit jaar is ook voor het vierde jaar meegedaan met het nachtvlindermeetnet op één locatie.



De telgegevens



De piek van de getelde vlinders was van half juli tot half augustus en viel iets vroeger dan de piek van 2021. In deze vier weken werd 66% van alle vlinders geteld. De grafiek geeft natuurlijk alleen het aantal getelde vlinders weer, helemaal eerlijk is dit niet want het aantal getelde vlinders per jaar is ook afhankelijk van het aantal gelopen routes en van het aantal keer dat er per route gelopen is, daarom is het aantal vlinders per gelopen kilometer misschien wel zo interessant, en tabel 1 geeft wel aan dat 2022 ondanks de matige piek in figuur 2, toch zo slecht nog niet was.








DOWNLOAD HIERONDER HET GEHELE RAPPORT

Vangstgegevens Vlinderwerkgroep NLGO 2022
.pdf
Download PDF • 4.75MB


Comments


bottom of page