Voorontwerpbestemmingsplan Ruimte voor Ruimte

 

                                  aan:   College van Burgemeester en Wethouders van de                                                           de gemeente Goeree Overflakkee

                                                           Postbus 1

                                                           3240 AA Middelharnis

                                              

                                                                                             

                                                                                   Middelharnis, 3 september 2014

Betreft:  Voorontwerpbestemmingsplan Ruimte voor Ruimte

 

Geacht  College,

 

Hierbij willen wij onze zienswijze geven op het Voorontwerp Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte.
Allereerst onze excuses voor de verlate inzending. Er is verwarring ontstaan over de termijn van terinzagelegging. Op Bekendmakingen-overheid 2014, week 32 staat (stond) vermeld: ‘Tot en met 9 september 2014’.

Hoewel wij het idee achter de Regeling Ruimte voor Ruimte kunnen onderschrijven ( de regeling biedt de mogelijkheid om van in onbruik geraakte en , in de omgeving, detonerende, gebouwen af te komen), roept het Voorontwerp Bestemmingsplan een aantal vragen op, waar op de antwoorden niet te vinden zijn in dat Voorontwerp, plus een aantal bedenkingen, die wij hier hieronder willen toelichten.

 

Op de eerste plaats is er nog geen vastgestelde toekomstvisie voor het regionale beleid op Goeree Overflakkee, maar wordt hier al wel op een (door het college) verwachte (maar nog niet door de Raad geaccordeerde) visie vooruitgelopen. Procedureel is dit niet wenselijk. Op deze wijze is het voor ons niet mogelijk om een mening te vormen of de voorgestelde bouw van woningen past binnen die visie.
Bijna alle ‘hervestiging’ in het Voorontwerp wordt aangeprijst als kwaliteitsverbetering. Het lijkt er daarbij op dat vooral naar het ‘rood ~ steen’ maar niet naar het ‘groen ~ natuur en landschap’ is gekeken. Wat daarbij wordt gemist, is een kwaliteitsbeeld van te beschermen gebieden, zoals b.v. het zandwallenlandschap. Ook is het, in een aantal gevallen, onduidelijk welke hervestiging in de plaats komt van welke sanering. Dat maakt het afwegen van de gestelde kwaliteitsverbetering lastiger. De kwaliteitsverbetering, door sanering, op de locatie Oostmoersedijk is van een totaal andere orde dan van de hervestiging in het Schurvelingen / Zandwallengebied (kroonjuweel). Vraag is dan welke andere belangen hebben een rol gespeeld om toch voor de genoemde compensatielocaties te kiezen. Wat is de definitie van ‘op een gepaste plaats’? En op grond van welke criteria. Zeker deze laatste worden in het Voorontwerp gemist. De basis van een Ruimte voor Ruimte regeling was ooit dat er ter plaatse kwaliteitsverbetering zou optreden, door vervanging van bedrijfsruimten door woningbouw. Nu wordt voorgesteld om soms 20/30 km verderop te bouwen, zonder motivatie en uitleg over de mate van kwaliteitsverbetering. Er wordt voorgesteld om zelfs in de Kroonjuwelen open ruimte te bebouwen. Dat is niet gewenst en onverantwoord. Omdat  Goeree Overflakkee ruimtelijk gezien de grootste gemeente van de provincie Zuid Holland is, moeten er zeker andere compensatielocaties te vinden zijn.

Verder heeft het ons verbaasd dat de Schurvelingen en Zandwallen expliciet buiten het bestemmingsplangebied zijn gehouden. In het vigerende  bestemmingsplan  Stad Goedereede en Dorpsgebied Ouddorp van 2012 (!) bestaat deze begrenzing niet. Het Schurvelingen- (en Zandwallen-) landschap wordt, door zowel de Provincie als de gemeente, een Kroonjuweel genoemd. De kwaliteit van het Schurvelingenlandschap bestaat echter niet alleen op grond van de schurvelingen en zandwallen, maar het landschap krijgt juist haar waarde in combinatie met de haaymeten en mienegen, die dimensie aan dat landschap geven. Zeker daar waar, op de haaymeet / mienege nog nooit een gebouw heeft gestaan, bestaat de kwaliteit juist aan een mooie doorkijk in het gebied.  Wij maken dan ook bezwaar tegen deze oneigenlijke scheiding in het plangebied.
Het feit dat de cultuurhistorische Kroonjuwelen onder de Beschermingscategorie 1 vallen, pleit voor grote terughoudendheid van bebouwing. "Ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met beschermingscategorie 1 zijn in beginsel alleen mogelijk voor zover ze bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de specifieke waarden.”
Het bebouwen van een haaymeten/mienegen, met meer dan gemiddeld grote woningen (750 en 900 m3 ) druist in tegen het kleinschalig en open houden van het landschap. Een landschapstype waarvan dit de enigste soort in Nederland is, verdient een betere bescherming.
Bovendien vrezen wij voor een precedentwerking voor vergelijkbare locaties, als de bebouwing (zeker de bebouwingsvoorstellen aan de Koolweg) wordt toegestaan.
Hoewel in de toelichting van de provinciale regeling Ruimte-voor-Ruimte staat dat het bouwen van een woning in een bebouwingslint als een kleinschalige ontwikkeling kan worden gezien, kan de gemeente, met goede argumenten, een andere afweging maken en afzien van bebouwing, omdat zij de kwaliteit van de resterende onbebouwde haaymeten/mienegen niet geschikt vindt voor het bouwen van een woning.

In de teksten van het bestemmingsplan wordt terecht, op diverse plaatsten, beargumenteerd en weergegeven wat de kwaliteiten van het Schurvelingen- en Zandwallengebied zijn. Ook dat er in de gebieden, die nu een topkwaliteit hebben en terecht onder beschermingscategorie 1 vallen, alleen gebouwd mag worden, indien behoud en ontwikkeling van de specifieke waarden wordt versterkt.

Het bestemmingsplan geeft zelf aan dat de afwisseling van open lege vakken met bebouwde vakken, en het herkenbaar houden van de open en groene kamers, een kernkwaliteit is. Ook in andere bewoordingen dat onbebouwde kavels gekoesterd moeten worden.

Het is dan onbegrijpelijk om toch voor te stellen om hier compenserende woningen te bouwen.

Wij pleiten er dan ook sterk voor om af te zien van de mogelijkheid om gebruik te maken van het zo genaamde ‘overgangsrecht’ en bebouwing in het Schurvelingengebied, daar waar nog geen bebouwing bestaat, niet toe te staan. Alleen dan kan het kroonjuweel een Kroonjuweel blijven.

Resumerend stellen wij voor:
-           geen compenserende bebouwing toestaan op de locaties tussen Koolweg 44-46 en
            Koolweg 27-27a;
-           alternatieve locaties te zoeken buiten het Schurvelingen- en Zandwallengebied.

 

Hoogachtend, namens het bestuur,

 

 

 

 

H. Baas                                                                      C. van Hulst

voorzitter                                                                   secretaris